De slapende Boeddha
Stil de nacht als eindelijk
‘t lijf zich uitstrekt en ontspant;
geest tot rust komt en terugkeert
naar het onbegrensde land
Vage flarden van gedachten
‘t voorbijgaan van een trein
beelden, woorden en structuren
lossen op in zomaar zijn
Wie wil nu nog iets bereiken?
Wie heeft nu het hoogste woord?
Waar zijn alle grootse plannen?
Waar wordt nog protest gehoord?
Heel de wereld is verdwenen
Alle drama’s zijn vergaan
Alle zorgen en gepieker
zijn volledig van de baan
Krijgsgeweld en burenruzies
stoppen, politiek verstomt
Leiders, strijders liggen weerloos
tot de nieuwe morgen komt
Al die slapende gezichten
al die hulzen zonder held…
van wie zijn ze, wie bestuurt ze
als de nacht ze heeft geveld?
Dan, zodra we wakker worden
wordt de film weer aangezet
en gedreven door gedachten
springt ons lichaam weer uit bed
In dit Ik-scenario
lijkt het of we meester zijn
van ons doen en van ons laten
van ons leven, van ons brein
Dus we rennen en we jagen
naar de roem en naar het goud
Maar het wonder dat ontgaat ons
het mysterie laat ons koud
Tot we op een dag ontwaken
voor schat achter de waan,
voor de liefde zonder eisen,
voor de dans van het bestaan
Nu zijn we niet meer gescheiden
van ons Zelf en van elkaar.
Iets bezielt ons, doet ons, leeft ons;
lacht erbij en kijkt ernaar
En als we nu weer gaan slapen
gaan we even terug naar huis.
Want dat Niets dat eerst zo niks was
Is ons werkelijke thuis.

'De slapende Boeddha' - detail olieverfschilderij van Yoyo
- login of registreer om te reageren